zondag 8 november 2026
zondag 30 augustus 2026
Schrijven is een reis , door Marianne Schenderling
Schrijven is een reis
Hoe schrijf
je over een bedevaartreis aan het begin van de 20e eeuw?
Deze vraag had ik te
beantwoorden voor mijn nieuwe roman ‘Malik, zoon van niemand.’
In het kort de roman
Malik, begin dertig, leeft in het Midden-Oosten (zuidoost Anatolië). Hij is mohammedaan en Turk maar door zijn aderen stroomt ook Koerdisch bloed, naast Assyrisch, Yezedisch, Syrisch, Armeens. Dat brengt hem zodanig in verwarring dat hij zich afvraagt bij wie hij hoort.
In de roman komt een scène voor waarin Malik het bedevaart-dagboek vindt van zijn betovergrootvader. Deze Yusuf Hüsseyn Narsai reisde rond 1910 van Mardin naar Mekka.
Tijdens het lezen vraagt Malik zich af of hij wel volgens de ware regels leeft. Wat die ware regels dan zijn. Hij lijkt slachtoffer te worden van zijn eigen zondebesef.
Ik wil een
realistisch en waarheidsgetrouw beeld schetsen van de hadj van zijn
betovergrootvader opdat Malik - en mijn lezers - de reis goed kunnen volgen. Daarvoor
heb ik informatie nodig. Kennis over de regio waarin het verhaal speelt, de
volkeren die daar leefden en leven, hun geloof, hun gebruiken, manier van
leven, eet- en drinkgewoontes. En natuurlijk antwoord op de vraag: hoe reisde iemand
begin twintigste eeuw van een stad in Zuidoost Anatolië naar Mekka in Saudi Arabië.
Immers,
· er vlogen nog geen passagiersvliegtuigen.
· Enkel de elite van het Ottomaanse rijk bezat een auto.
·
Er reden nog geen treinen vanuit
Mardin. Mekkagangers konden pas in Damascus op de Hidjaz
trein stappen naar Medina.
Ik zocht en vond:
· Reisverslagen van onder andere Gertrude Bell, een Britse
ontdekkingsreizigster die eind 19e eeuw door het Midden-Oosten reisde.
·
Burton & Drake; Unexplored Syria (1886) met beschrijvingen van de steden,
dorpen, bevolking.
·
Ottomaanse jaarverslagen en
consulaire reisverslagen (Frans, Duits, Brits), Jesuit Mission Reports – Syria
(ca. 1890–1910).
In de krochten
van het internet vond ik oude foto’s, brieven, routekaartjes en beschrijvingen
van het landschap en plaatsen langs de route.
Mijn Syrische vriendin Hala vertelde me over Damascus met het – nog steeds
bestaande en inmiddels prachtig gerestaureerde – treinstation.
Ook ging ik op
zoek naar informatie over de volkeren in die regio. Hoe zag/ziet hun leven
eruit? Wat is hun geschiedenis, cultuur? Welke gebruiken zijn belangrijk voor
hen? Waar en hoe wonen ze? Wat waren hun eet-en drinkgewoontes? En nog veel
meer.
Tijdreizen
In de weken
dat ik over de tocht van Mardin naar Mekka nadacht, informatie zocht en schreef,
maakte ik ook zelf een interessante en boeiende reis.
Ik reisde met
Maliks betovergrootvader te paard op bijkans onbegaanbare wegen, over woeste
bergen en langs vruchtbare dalen. Ik passeerden verstilde vergezichten, hield halt
om te genieten van uitgestrekte uitzichten over bergen en dalen. Onderweg rook
en proefde ik de verschillende vruchten en gewassen.
Ik rustte uit
in vervallen dorpjes met gastvrije bewoners. Stak bij Akçakale de grens over naar
Syrië. Vandaar reed ik Aleppo en Homs om uiteindelijk in Damascus de trein naar
Mekka te nemen. Schrijven is voor mij een geweldige zoektocht, een wonderlijke reis.
woensdag 12 augustus 2026
Vasalis, gedicht bewerkt tot proza, door Cecle Koops
De leden van de
Schrijverskring verzinnen regelmatig een opdracht om de schrijfspieren te
oefenen. Zo stelden we onszelf tot doel een gedicht naar keuze te nemen en dat
te vertalen naar een prozatekst. Cecile koops
koos voor een gedicht van Vasalis, hieronder volgt het gedicht en haar uitwerking.
Tijd
Ik droomde,
dat ik langzaam leefde ....
langzamer dan de oudste steen.
Het was verschrikkelijk: om mij heen
schoot alles op, schokte of beefde,
wat stil lijkt. 'k Zag de drang waarmee
de bomen zich uit de aarde wrongen
terwijl ze hees en hortend zongen;
terwijl de jaargetijden vlogen
verkleurende als regenbogen ...
Ik zag de tremor van de zee,
zijn zwellen en weer haastig slinken,
zoals een grote keel kan drinken.
En dag en nacht van korte duur
vlammen en doven: flakkrend vuur.
- De wanhoop en welsprekendheid
in de gebaren van de dingen,
die anders star zijn, en hun dringen,
hun ademloze, wrede strijd ...
Hoe kón ik dat niet eerder weten,
niet beter zien in vroeger tijd?
Hoe moet ik het weer ooit vergeten?
-------------------------------------
uit: 'Parken en woestijnen', 1940.
Schrijver: M. Vasalis
Tijd
Ik doe een dutje, zodra ik opkijk lijkt de wereld anders. Uit mijn tuin klinken onheilspellende geluiden. Een blik door het venster stelt niet gerust. Ik open de terrasdeuren. Met krakend geweld schiet de kastanjeboom voor mijn ogen omhoog, het gras groeit een meter de lucht in en nog is het einde niet bereikt. Met mijn eigen lichaam lijkt op het eerste oog niets aan de hand te zijn. Maar in het bescheiden lapje grond achter mijn huis des te meer. Hoewel de natuur altijd een grote liefde van mij is, kijk ik nu met een aan horror grenzende fascinatie naar buiten. De lucht kleurt binnen een minuut beurtelings blauw en gitzwart en het weer gaat van verschroeiende zonneschijn naar dikke winterse buien. Wat is er in godsnaam met het kalme ritme van de seizoenen aan de hand?
Een buurvrouw die probeert de was op te hangen, jammert over de schutting. ‘Dit is het einde van de wereld.’
Ik weet niet wat te antwoorden. In paniek vliegen vluchten kwetterende vogels over. Mijn tuin lijkt inmiddels meer op een moeras. Een dikke smurrie van slib en drek vult de eens zo lieflijke paden langs de beplanting die inmiddels epische proporties heeft aangenomen. Ofschoon de metershoge felblauwe ridderspoor prachtig is om te zien, boezemt het ontzagwekkende ding ook angst in. Ik zie hoe jarenlang tuinieren en snoeien in één klap om zeep geholpen wordt en kan mijn ogen niet van het schouwspel afwenden. Allerlei wilde scenario’s vliegen door mijn hoofd, maar een bevredigende verklaring voor deze chaos valt niet te geven. De planten die omhoog schieten maken meer lawaai dan het ontploffen van het zwaarste vuurwerk. Een muur van water uit het nabijgelegen Gooimeer legt alle schuttingen plat en overspoelt de landelijke tuinen. De zee als achtertuin buldert. In paniek sluit ik de tuindeuren, maar het water golft er al onderdoor en zet mijn benedenverdieping in een oogwenk onder water. Ik snel de trap op terwijl door mijn hoofd spoelt dat de noodradio beneden ligt, net als de flessen water en mijn noodrantsoen. Blijft het boven droog of moet ik door naar zolder? Ik werp een blik naar buiten, in het water beneden drijven de lichamen van katten en honden die niet tegen het geweld van het water op konden. Hoe kan ik dit beeld ooit weer van mijn netvlies krijgen?
Overmand door moeheid sluit ik even mijn ogen…
vrijdag 17 juli 2026
Proeflezers_ Ed Knegtel
Proeflezers. Ik neem dat woord op het puntje
van mijn tong, waar zowel het zoet als het zout goed geregistreerd worden.
Neem je als auteur van een nieuw werk lezers op de proef? Of neem je in jouw
novelle, roman of gedichten proeven op lezers?
Ik heb in mijn debuutroman ‘Kleuren mengen op het zebrapad’ paaseieren
verstopt. Weetjes en dwarse verbanden die alleen goede verstaanders meekrijgen.
En dan nog.
In deze tijd van Teveel is het aloude ‘wie schrijft, die blijft’ ver voorbij de
houdbaarheidsdatum.
Als je alleen online publiceert is het als een zandkorrel toevoegen aan het
strand. Heb je de onbedwingbare behoefte om in print te verschijnen? Loop voor
een lesje Relativering eens een bibliotheek binnen.
Iedereen heeft een unieke, eigen stem. Als je schrijft leer je die steeds beter
kennen. Dat is al een grote beloning.
Na vierenhalf jaar schaven en schrappen, de nodige cursussen, optredens en
publicaties kom ik op een punt dat ik misschien, schoorvoetend, met bonkend
hart, mijn verhaal met de mensen uit het Buitenste Buitenbos durf te delen. Omdat
ik zo goed als het mij nu mogelijk is wil debuteren, heb ik zeven bevriende
schrijvers om feedback verzocht. Zij zijn een stuk verder in het proces, hebben
één of meer boeken op hun naam staan.
Het proeflezerschap is een serieuze zaak. Dat gaat veel verder dan het vissen
naar dt-fouten – ‘die maak ik niet meer.’ Consistentie, interpunctie, ‘flow’,
zeggenschap, leesdwang. Wil de lezer verder lezen, liefst in één ruk. Is jouw
verhaal zó boeiend dat de lezer een stukje wil bewaren tot morgen? De meeste
dwingende suggesties van mijn schrijfvrienden zal ik ter harte nemen; toch
blijft het bovenal mijn verhaal, mijn stem.
Vergelijk het met de opvoedtips die je krijgt van de familie, de school, de
buurt en de maatschappij voor jouw recalcitrante puber: je kunt niet altijd
naar iedereen je oren laten hangen.
Ik vroeg mijn proeflezers meedogenloos te zijn, het achterste van hun tong te laten zien - hoe bitter dat ook proeft. Alleen dan kom ik straks met mijn beste versie. Duizenden uren diep graven, woordworstelen - ik ga voor minstens een toppositie in de oud papierbak.
donderdag 14 mei 2026
Bijdrage van Lidewij Boggia naar Bert Schierbeek
De leden van de
Schrijverskring verzinnen regelmatig een opdracht om de schrijfspieren te
oefenen. Zo stelden we onszelf tot doel een gedicht naar keuze te nemen en dat
te vertalen naar een prozatekst. Lidewij Boggia koos voor een gedicht van Bert
Schierbeek, hieronder volgt het gedicht en haar uitwerking.
Vlucht van de vogel
soms op een vleugje wind
soms in een storm
vliegen zij op
een wolk van vogels voor de zon
welke dromen
bevliegen de vogels
dat zij zich
lichtvaardig
in zoveel lucht
begeven
Zoveel
herinneringen, met de wind onder onze vleugels.
Onbezorgd en nooit
bang voor een nieuw avontuur.
Twaalf stormen
razen deze winter over Spanje.
Wij schuilen in
Javea, waar de golven hoog tegen de rotsen slaan.
Een jacht ligt muurvast
op zijn zij, de lange mast kraakt, de zeilen zijn gescheurd.
We overwinteren
met mutsen op, dikke sokken aan en een warme kruik in bed.
Twee duizend
kilometer reden we naar de zon, koestering voor de zieke lijven.
De lucht is
staalblauw maar altijd die wind, die gure wind.
In de kou komt een
groep zwaluwen aan, ze scheren boven onze hoofden.
Tweeduizend
kilometer vlogen ze vanuit Afrika, weg van het verdronken land.
Geen vrolijk
gekrijs, ze zoeken een schuilplaats onder ons dak.
De tijd is gekomen dat we berusten.
dinsdag 28 april 2026
Gewoon beginnen, door Sacha Voogd
GEWOON BEGINNEN
Al een paar jaar
draag ik een verhaal met me mee. De kiem ervan ligt ver terug, in de
persoonlijke geschiedenis van mijn broer.
Mijn broer wilde zijn droom waarmaken: eerder stoppen met werken en verhuizen
naar Spanje. Het huis in Nederland was verkocht, in Spanje werd gebouwd aan een
nieuw thuis. Maar precies op dat moment werd hij ernstig ziek. Na maanden van
behandelingen in Nederland vertrok hij toch. Het plan: elke drie weken
terugvliegen voor een behandeling.
We spreken over februari 2020. Het jaar waarin de wereld stilviel. Mijn broer
overleed later dat jaar in Spanje.
Ongeveer een jaar daarna riep mijn partner me op een avond. Hij keek naar een
documentaire over een historische gebeurtenis uit de jaren zestig, ergens aan
een Spaanse costa, hemelsbreed nog geen tien kilometer van het huis van mijn
broer.
Onmiddellijk vroeg ik me af of mijn broer hier ooit van had geweten.
Vrijwel meteen wist ik: hier moet ik iets mee. Dit is te bijzonder om te laten
liggen. Dit is een decor voor een roman.
Zoals Elizabeth Gilbert schrijft in Big Magic: ideeën kloppen aan. En
als je niet opendoet, lopen ze door naar iemand anders.
Toch duurde het
lang voordat ik begon.
Ik verzamelde artikelen, bekeek filmpjes, dacht na over personages en
verhaallijnen. Ik schreef wel, maar andere dingen. Korte verhalen,
‘tussendoortjes’, overzichtelijke projecten. Dit verhaal bleef liggen.
Af en toe kwam die licht onrustige gedachte op: wat als het idee inderdaad was
doorgelopen? Naar iemand die er wél iets mee zou doen?
Ik zei tegen anderen dat ik heus weer aan een langer boek zou beginnen. Maar steeds vond ik een reden om het uit te stellen. Ik weet nog niet genoeg. Dit wordt complex. Dit vraagt tijd en focus - en juist daaraan ontbreekt het in een vol leven nog wel eens.
Tot mijn dochter
doorvroeg. Waar gaat het verhaal eigenlijk over?
Ik hoorde mezelf praten. Enthousiast, gedetailleerd. Ik wist veel meer dan ik
dacht.
Wachten op ideale omstandigheden had geen zin. Wachten tot al het onderzoek
gedaan was evenmin. Er was maar één ding te doen: beginnen.
In september 2025 reisde
ik naar de plek in Spanje. Ik keek rond, proefde de sfeer. Eenmaal thuis zette
ik een globale structuur op voor mijn verhaal en begon te schrijven.
Nog steeds weet ik niet alles wat dit verhaal nodig heeft. Maar dat is het
avontuur. Verhalen willen verteld worden, soms nemen ze onverwachte afslagen en
soms loop je even vast. Toch is er altijd weer een weg vooruit.
De eerste hoofdstukken staan. En wat is het fijn dat ik, door te schrijven over
het Spanje van mijn broer, ook weer even heel dicht bij hem kan zijn.
woensdag 15 april 2026
Open Podium 28 Maart 2026
OPEN PODIUM 28 MAART 2026
Alle aanwezigen associëren op een gedicht van Bert Schierbeek en schrijven één of twee observaties op een briefje.
Lidewij Boggia voegt alles samen en leest dit voor:
‘HOE ALS JE JE DOOR ZORGELOOSHEID KON OMRINGEN
EN DAT DAT JE RUIMTE WAS’
(Bert Schierbeek)
Slapen zonder zorgen
Zonder zorgen de stilte op scherp stellen
Toegang tot alles, toegang tot allen. Vrij in mijn bestaan – nooit meer bang te zijn
Als een ruimteschip rond de aarde, dan naar de maan heen en vervolgens.. veilig terug
Heerlijk wentelen in dat gevoel, in dat moment, het voelt heerlijk en verwend
Liefde is geluk, wanneer ik de liefde voel, dan word ik zorgelozer
_____________________________________________
Dan zou ik niet lopen in de pas, maar geven wat voor de ander belangrijk was
Als ik zorgeloos was, trok ik door de wereld en zou alles doen wat verboden zou zijn
Dan schopte ik mijn schoenen uit en loop ik over het gras
Lente, in mijn onderbroek…zolang mij dat nog gegund is
Ik ga de straat op naar buiten - waar de vogeltjes fluiten
De vlieger stijgt en stijgt, neemt het kind mee naar de wolkeloze hemel
____________________________________________
De beklemming slaat naar binnen, de alomvattende zorgloosheid sluit de uitlaatklep af
Tegenwind op de dijk, maar wel een zwakke zon die probeert jouw rug te verwarmen
Dan zou ik de hele wereld met die zorgeloosheid willen ‘besmetten’. Weg met oorlogen.
Vlieg omhoog, omhoog, wees blij – blij -blij
Laat de schrijver nooit beletten
de lezer met één been
het verkeerde te zetten
-
De leden van de Schrijverskring verzinnen regelmatig een opdracht om de schrijfspieren te oefenen. Zo stelden we onszelf tot doel een gedi...
-
UKV's (Ultra korte verhalen) Vakantie in zicht Het regent dat het giet en ik zoek naar de zon in een reisfolder. Op pagina vijf staat ...