vrijdag 13 februari 2026

Bak bami en een boekenbon

Niets vermoeiender dan columns waarin de schrijver over zijn dromen verhaalt. Zowel de nacht als de overdag variant. Hoewel je ‘s nachts onvermoed creatieve kronkels verzint en bij dagdromen passie leidend laat zijn, riekt het voor de lezer al gauw naar zelfgenoegzaamheid en frustratie. Dus die hele droom sla ik maar over.
Bottomline is dat op het Boekenbal al die A- en B-categorie schrijvers mij opeens uitgebreid kwamen fêteren. Zelf schrijf ik nu drie jaar bij de F-jes, schaaf ik met veel plezier aan mijn ambacht, en probeer ik mijn enigszins asociale natuur op de juiste momenten in goede banen te leiden. Met wisselend succes. Er zijn voorleesbeurten van Kutdammerveen tot Knoopsgat, publicaties in E-boeken en literaire magazines en sinds kort ben ik vaste columnist bij De Nieuwe Utrechtse Krant (denuk.nl). Hoera. Mij zult u nooit … , want meisje-mijn vindt klagen niet sexy.
Zie dit relaas meer als een uiting van oprechte verbazing. Weet: mijn analyse leunt zwaar op de socials - die onfeilbare bron van nuance en waarheid - waar ik sowieso een complexe verhouding mee heb. Echt alle respect voor de grote talenten - en aan de grote ego’s: bedankt voor het lachen - maar wat we gerust wat minder mogen hebben is de klassenmaatschappij die ik van A tot F waarneem.
In onze eigen vijver kom ik juist heel veel wederkerige steun tegen. Dat zal in elke categorie hetzelfde zijn. Waarom dan, vraag ik niemand in het bijzonder, is er zo weinig support van de succesvollere, sociale schrijfklassen ‘naar beneden toe’? Iedere serieuze schrijver weet dat ‘het wereldje’ een welhaast ondoordringbare jungle is, met her en der een mijnenveld bovendien. Zij die het strijdtoneel verlaten, halen toch hun aangeschoten makkers op? In de muziekwereld gaat dat anders. Daar neemt een topband vaak een onbekend talent mee op tour.
Zeg tegen Tommy en Saskia en Kustaw dat ik best een column wil voorlezen in de pauze. Ik kom al voor een bak bami en een boekenbon.