De leden van de
Schrijverskring verzinnen regelmatig een opdracht om de schrijfspieren te
oefenen. Zo stelden we onszelf tot doel een gedicht naar keuze te nemen en dat
te vertalen naar een prozatekst. Lidewij Boggia koos voor een gedicht van Bert
Schierbeek, hieronder volgt het gedicht en haar uitwerking.
Vlucht van de vogel
soms op een vleugje wind
soms in een storm
vliegen zij op
een wolk van vogels voor de zon
welke dromen
bevliegen de vogels
dat zij zich
lichtvaardig
in zoveel lucht
begeven
Zoveel
herinneringen, met de wind onder onze vleugels.
Onbezorgd en nooit
bang voor een nieuw avontuur.
Twaalf stormen
razen deze winter over Spanje.
Wij schuilen in
Javea, waar de golven hoog tegen de rotsen slaan.
Een jacht ligt muurvast
op zijn zij, de lange mast kraakt, de zeilen zijn gescheurd.
We overwinteren
met mutsen op, dikke sokken aan en een warme kruik in bed.
Twee duizend
kilometer reden we naar de zon, koestering voor de zieke lijven.
De lucht is
staalblauw maar altijd die wind, die gure wind.
In de kou komt een
groep zwaluwen aan, ze scheren boven onze hoofden.
Tweeduizend
kilometer vlogen ze vanuit Afrika, weg van het verdronken land.
Geen vrolijk
gekrijs, ze zoeken een schuilplaats onder ons dak.
De tijd is gekomen dat we berusten.