donderdag 14 mei 2026

Bijdrage van Lidewij Boggia naar Bert Schierbeek

De leden van de Schrijverskring verzinnen regelmatig een opdracht om de schrijfspieren te oefenen. Zo stelden we onszelf tot doel een gedicht naar keuze te nemen en dat te vertalen naar een prozatekst. Lidewij Boggia koos voor een gedicht van Bert Schierbeek, hieronder volgt het gedicht en haar uitwerking.

Vlucht van de vogel

soms op een vleugje wind

soms in een storm

vliegen zij op

een wolk van vogels voor de zon

 

welke dromen

bevliegen de vogels

dat zij zich

lichtvaardig

in zoveel lucht

begeven 

 Zoveel herinneringen, met de wind onder onze vleugels.
Onbezorgd en nooit bang voor een nieuw avontuur.

Twaalf stormen razen deze winter over Spanje.
Wij schuilen in Javea, waar de golven hoog tegen de rotsen slaan. 
Een jacht ligt muurvast op zijn zij, de lange mast kraakt, de zeilen zijn gescheurd.
We overwinteren met mutsen op, dikke sokken aan en een warme kruik in bed. 

Twee duizend kilometer reden we naar de zon, koestering voor de zieke lijven.
De lucht is staalblauw maar altijd die wind, die gure wind. 

In de kou komt een groep zwaluwen aan, ze scheren boven onze hoofden.
Tweeduizend kilometer vlogen ze vanuit Afrika, weg van het verdronken land.
Geen vrolijk gekrijs, ze zoeken een schuilplaats onder ons dak.
De tijd is gekomen dat we berusten.

Geen opmerkingen: